Lasopleidingen zitten in het slop. Niet bij Gibbo Galbergen. De school voor buitengewoon onderwijs kan de instroom nauwelijks aan. Hier leiden ze jongeren ‘met een rugzak’ op tot lassers en helpen ze hen samen met bedrijven naar de arbeidsmarkt.
De richting Lassen is bijzonder populair op Gibbo Galbergen, een school voor buitengewoon onderwijs in Mol. Op de campus zien ze al vier jaar een sterke groei. Opmerkelijk, want heel wat scholen in de omgeving zien de inschrijvingen juist terugvallen. Sommige bieden zelfs geen lasopleiding meer aan.
In de school worden jongeren ‘met een rugzak’ klaargestoomd voor de arbeidsmarkt. Velen hebben een autismespectrumstoornis of leerprobleem, anderen een heftig verleden. De instroom is daardoor bijzonder divers. “We krijgen steeds meer leerlingen die na drie à vier jaar afhaakten in het gewoon onderwijs, omdat het echt niet meer lukte”, zegt directeur Koen Leijnen. Vaak is de grootte en drukte van de omliggende scholen iets waar de jongeren op vastlopen. De paramedische begeleiding en de kleinschalige, groene omgeving maken dan het verschil. “We zien hier veel jongeren openbloeien”, aldus de directeur. Het grote aantal praktijkuren in het buitengewoon secundair onderwijs (buso) – 22 van de 32 uur – speelt daarbij volgens hem mogelijk een rol.
Iedere leerling heeft zijn verhaal
“Voor mij was deze school een nieuwe start”, zegt Kiano Seyen (16). Op zijn vorige school werd hij geschorst na een “ruzie met de leerkrachten”. Hij heeft ADHD en OCD, een dwangstoornis, vertelt hij snel. Lenke Vermeire (17), het enige meisje in de opleiding, probeerde één maand les te volgen in een reguliere school. Maar door haar zware dyslexie en ASS raakte ze verstrikt in de taalvakken en het schoolgebeuren. Kenneth Hossrich (16) worstelt met mentale problemen door zaken die vroeger gebeurd zijn, vertelt hij. Hij kijkt uit naar zijn eerste stage. Hij kan aan de slag bij een parcoursbouwer van botsauto’s.
Job op zak
Het is een absolute prioriteit van de school om de leerlingen uiteindelijk op de arbeidsmarkt te krijgen. Dat lukt bijzonder goed, zegt Leijnen. “Negen op de tien jongeren die een stage hebben afgewerkt, vertrekken hier met een job op zak.” Dat succes wordt mogelijk gemaakt door heel wat structurele samenwerkingen met lokale bedrijven en partners. Ook op dat vlak wist de school de trend te keren. Waar de school voor buitengewoon onderwijs vroeger moest smeken om stageplaatsen, is vandaag het omgekeerde het geval. “Door bedrijven actief te betrekken bij de vorming van de jongeren en hun veel info te geven over het rugzakje, vinden onze leerlingen een job én blijven ze ook aan de slag.”
2 april 2025 | Johan Van Praet
Bron: Klaas Maenhout in De Standaard